Pigmentatieproces

Het pigmentatieproces bij de kanarie bestaat uit :

Het pigment dat de veerkleur bij de kanarie bepaalt, is melanine en carotenoïden

Dit melanine kan doorgaans worden onder- scheiden in eumelanine (zwart en bruin) en phaeomelanine (roodbruin).

carotenoïden bij de kanarie zijn verantwoordelijk voor de kleuren geel en rood.

Melaninepigmenten zijn complexe structuren waaraan allerlei antioxidanten verbonden kunnen zitten door deze eigenschap ontlenen we bij de kanarie dan ook een veelheid aan kleurvariaties.

Melanine wordt door speciale cellen af- gezet in de huid en veren en deze cellen heten, heel toepasselijk, melaninecellen of melanocyten.

Deze melanocyten hebben zich ontwikkeld uit de zogenaamde melanoblasten (blast = kiem) die al vroeg in de embryonale ontwikkeling zijn ontstaan.

Al bij de eerste celdelingen van een embryo wordt aan de rugzijde de zogenaamde neurale buis (het toekomstige ruggemerg) gevormd en in deze neurale buis ontstaan de melanoblasten voor de opperhuid en de veren.

De melanoblasten zijn kleurloos en niet in staat om melanine te maken.

Zij ver- plaatsen zich door een genetisch gestuurd mechanisme naar de kiemlaag van de huid en daar ontwikkelen zij zich tot melano-cyten zodra zij nodig zijn voor de vorming van pigment.

Elke keer wanneer er een nieuwe veer groeit, verandert een deel van de melanoblasten in melanocyten om zo de nieuwe veer te voorzien van melanine.

De afgifte van melanine gaat ten koste van de melanocyten zelf en deze cellen gaan dan ook ten onder aan hun taak.
Zoals gezegd, de melanoblasten liggen in de kiemlaag van de huid en deze kiemlaag is ook de plaats van waaruit de veer groeit.

Zodra de melanoblast overgaat in een melanocyt vormt deze ook lange uitsteek- sels (dendrieten) die nodig zijn voor het vervoeren van de melaninekorrels.

De dendrieten snoeren druppeltjes celplasma af die een aantal melaninekorrels bevat ten.

Zodra het druppeltje is afgesnoerd kan het worden opgenomen door een veercel.

Op deze manier verzorgt de melanocyt pigment voor verscheidene cellen maar hij houdt dit niet al te lang vol.

Tegen de tijd dat hij geen melanine meer kan produceren wordt de melanocyt zelf ook in de veercellen opgenomen.

Inmiddels is de melanineproductie dan al overgenomen door de volgende lichting melanocyten.
Voor de productie van melanine is aller- eerst het aminozuur tyrosine nodig.

Dit aminozuur wordt normaal gesproken vrijgemaakt uit het opgenomen voedsel.

Daarnaast is ook het enzym tyrosinase nodig, want de twee stoffen samen maken de eerste vormingsstap (oxidatie) mogelijk.

In de melanocyten is het enzym tyrosinase dan ook van nature aanwezig.

Elke afwijking of verstoring in het hier- boven beschreven proces kan van invloed zijn op de uiteindelijke pigmentatie van de veren.

Dit kan zowel een erfelijke oorzaak hebben (mutaties) of veroorzaakt zijn door (tijdelijke) externe factoren.

Albinisme  gaat gepaard met afwezigheid of dysfunctie van het tyrosinase-enzym, een koperhoudend enzym dat betrokken is bij de productie van melanine.

Een Albino , Lutino en Rubino kanarie danken hun pigmentloze  verenpak aan de aangeboren afwezigheid van het enzym tyrosinase . In een Albino is door een erfelijke oorzaak geen tyrosinase aanwezig in de melanocytenen al deze kleurslagen hebben dan ook rode ogen.

Lees voor een uitgebreidere uitleg hier>>>