MOZAIEK

a) Bij lipochroomkanaries: buiten de aangegeven velden, die zo intensief mogelijk van kleur moeten zijn, zal de bevedering krijtachtig wit zijn.

1. MOZAIEK POP (Type I)

1 Koptekening: Deze bestaat uit een smalle en heldere ooglijn, goed gekleurd, fijn getekend en goed zichtbaar in het verlengde van het oog liggend.

Schouders: Goed gemarkeerd en goed begrensd.

Het lipochroom moet intens zijn, iets afnemend in de vleugeldekveren en niet te ver uitlopen.

De vleugelpennen moeten zo wit mogelijk zijn.

Stuit: moet intens gekleurd en goed begrensd zijn.

Een lichte kleuring in de staartbasis wordt getolereerd.

Borst:De borst moet een lichte kleur vertonen, die in geen geval mag doorlopen naar de keel, de flanken of de onderbuik.

MOZAIEK MAN (Type II)

Koptekening: Het masker van een intense lipochroomkleur moet goed begrensd zijn. De ogen moeten binnen het masker liggen, dat gelijkt op dit van de putter.

Schouders: Goed gemarkeerd en goed begrensd. Het lipochroom moet intens zijn en de vleugeldekveren moeten volledig gekleurd zijn.

De vleugelpennen moeten zo wit mogelijk zijn.

Stuit: moet intens gekleurd en goed begrensd zijn. Een lichte kleuring in de staartbasis wordt getolereerd.

Borst: De borst moet een goed gekleurd veld vertonen, goed gescheiden van het masker en de flanken. De onderbuik moet erg wit zijn.

Rug: Lichte zweem van lipochroom wordt getolereerd